Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dames en Heren, zeer gewaardeerde Toehoorders,

De taal heeft „regels”. En, zonder enige aarzeling, spreekt men daarbij van „normen”, van dwingende maatstaven, van voorschriften, van regels die onderhouden dienen te worden, van „wetten”. Deze laatste wijze van spreken is vooral in de laatste tijd opnieuw meer gebruikelijk geworden, maar tenslotte zijn deze „wetten” toch niets anders dan wat men vroeger de „grammatica-regels noemde. Het zijn de grammatica-regels, maar dan gezien, niet als een onder woorden gebrachte verzameling van „rijtjes”, van paradigmatische schema's, maar als een geheel van organisch leidende princiepen bij de opbouw der taalstructuren; wetten, dwingende princiepen, doch geen wetten van buitenaf door de taal-despoot gesteld, doch immanente normen, wetten voor „verstaanbaarheid” der woorden, wetten voor „begrijpelijkheid” der te stellen betrekkingen tussen woorden, wetten voor juiste „interpretatie” van het zins-geheel en zijn delen.

Het onderwerp, wat het taal-onderzoek zich thans met een zekere voorkeur kiest, is: het geheel van immanente normen, die de opbouw der taal-structuren beheersen. De grammatica als normatief „systeem” wordt door de taal-theorie van heden in ere hersteld.

Wanneer ik tot U zeg:

De op het ik palas dam bewinder, dan schudt U, als hoorders, bedenkelijk het hoofd. En, met reden. Immers, het, in de nederlandse taal gebruikelijke, phoneemsysteem onderscheidt een a van een ei, een i van een o; en als ik iets over een paleis wil zeggen, kan ik niet het woord palas gebruiken, evenmin als ik voor bewonderen van bewinderen kan spreken. Welnu, dit onderscheid heb ik zo juist, in de voortgebrachte cacophonie, verwaarloosd. En hiermee zeggen wij impliciet, dat de opbouw der woorden afhankelijk is van het gegeven phoneem-systeem der nederlandse taal, een systeem dat op zijn beurt onderdeel is van het geheel der nederlandse taal-normen.

Sluiten