Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B.v.: „Bewonder ik het paleis op de Dam, dan moet ik ook het Maastrichtse stadhuis kunnen bewonderen.”

Het laatste voorbeeld brengt ons weer terug naar het vroeger onregelmatig genoemde: „Ik het paleis op de Dam bewonder”, want in ’n bijzin is deze volgorde volkomen regelmatig: „Hij weet, dat ik het paleis op de Dam bewonder”.

Conclusie: al zijn, in de gewone omgangs-taal, in hoofden bijzin, in mededeling en vraag, onregelmatig, d. w. z. „ongebruikelijk”, de combinaties: „Het paleis op de Dam ik bewonder” en „Bewonder het paleis op de Dam ik”, dan is er tenslotte in ons voorbeeld geen enkele opeenvolging die ‘de interpretatie onmogelijk maakt. En, ik heb U dit voorbeeld gegeven als een specimen van het verschijnsel, dat de te stellen betrekkingen tussen de zins-delen in de nederlandse taal „essentieel” vrij zijn: ze zijn niet onderworpen aan een beperking voortkomend uit de aard der zins-delen als zodanig.'Om in hun samenhang te worden begrepen, zijn ze onderworpen aan een „interpretatie” die 't „geheel” veronderstelt, meer niet. De beperkingen die, dat zagen we immers ook, in feite óptreden, betreffen in wezen alleen de „gebruikelijkheid” en we zeggen nu, dat de volgorde der zins-delen „essentieel” vrij is, doch „toevallig” beperkt. En met ,,toevallig” bedoelen we hier: datgene wat soms aanwezig is en soms niet, en we herhalen: soms zijn de mogelijke combinaties van een aantal gegeven zins-delen beperkt, soms zijn die combinaties niet beperkt en die beperking is onafhankelijk van het zins-deel als zodanig. De „vrijheid” derhalve blijkt te heersen in een andere phase van de opbouw der taal-structuren dan de „noodzakelijkheid”: noodzakelijkheid heerst binnen woord en woord-groep, vrijheid heerst tussen de zins-delen binnen de zin; treedt hier beperking op, dan is die „toevallig”.

Nu heeft, mirabile dictu, deze „toevallige” beperking in vele gevallen ook weer 'n „systematisch” karakter, d. w. z. ze is ook weer afhankelijk van „regels”, regels die b.v. met de aard van de betreffende „zinnen” samenhangen: anderszijn de regels voor de mededelende en voor de vraag-zin, voor de hoofd- en voor de bijzin, voor de nevengeschikte en voor de ondergeschikte zin. Dus: ook deze „toevallige” beperking vertoont weer 'n „regelmaat”. Wij hebben haar enkel „toevallig” genoemd,

Sluiten