Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat betreft de volgorde der zins-delen, geheel vrij. Maar, toch is, in ’n bepaalde situatie, slechts één van beide mogelijk. Waar komt dat vandaan? Er is hier geen sprake van, dat we de woorden in 'n andere systematisch bepaalde soort zouden moeten plaatsen om de combinatie mogelijk of onmogelijk te maken, alles kan blijven wat het is, en toch is elke combinatie tegenover de andere, in ’n bepaalde situatie, onbruikbaar. Het geval is dus niet identiek met de belemmering, die we ondervinden in het zinnetje: «Het zal wel kunnen spelen”; de combinatie: „Het spelen zal wel kunnen” eist immers, dat het als lidwoord wordt begrepen in plaats van als pronomen. En, de combinatie: „Hij zal spelen” eist, dat het verband tussen zal en spelen als „direct” en niet als „indirect” wordt gesteld. De combinaties „de buis” echter, of „de gang”, zijn grammatisch volkomen gelijkwaardig. En nog duidelijker wordt dit verschijnsel, wanneer we de twee zinnetjes vergelijken: „De kat drinkt de melk”, en „De melk drinkt de kat”. Er is in de nederlandse taal geen enkel grammatisch gegeven aan te wijzen, waarom er tegen de combinatie: „De melk drinkt de kat” enig bezwaar zou kunnen bestaan. Het bestaande bezwaar, voor zover dat grond heeft in de taal, is van „lexicale” aard; en in déze zin is dat bezwaar weer volkomen „toevallig”, dat geen enkel grammatisch gegeven ons belet de kat melk en de melk kat te noemen. Iedereen constateert de ongebruikelijkheid van: „De melk drinkt de kat”, maar niemand interpreteert ooit verkeerd.

En hiermee zijn we nu, voetje voor voetje, gekomen waar we zijn wilden! Want, naast deze categorie der „lexicale” verschijnselen, treedt tenslotte een categorie van vrijheid-beperkende verschijnselen op, die zeer merkwaardig mag heten, omdat hier geen enkel taal-gegeven meer aan te wijzen is, dat reden zou kunnen zijn'van de beperking. Ik bedoel voorbeelden als: „De tijgerin beet de leeuwin”. Het nederlandse taalgebruik neemt hier „de tijgerin” als subject, „de leeuwin” als object: de „gebruikelijke” volgorde der zins-delen is: subject, verbum finitum, object. En met reden! Om uit te kunnen maken welk beest gebeten wordt, is deze volgorde niet alleen ’n gebruikelijk, maar ook ’n zeer gewenst criterium. Stelt deze volgorde nu ’n noodzakelijkheid? Geen volstrekte, om te beginnen, dat leert de nederlandse taal zelf ons duidelijk. Als ik U eerst het sprookje vertel van

Sluiten