Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Dr. Josef Schachter's: Prolegomena zu einer kritischen Grammatik. Wien 1935, treedt het logisme der „Wiener Kreis” de taalkunde tegemoet met een formele taaltheorie 7), die van het logische aspect aan de taal uitgaat. Het ligt niet in mijn bedoeling U, op dit ogenblik, van deze theorie een volledige uiteenzetting te geven. Ik citeer U alleen het programma wat deze „kritische grammatica'' zich stelt. Zij bedoelt te zijn; „eine kritische Erganzung und Verbesserung der traditionellen Grammatik: überall dort wo die übliche Sprachlehre es versaumt hat, die in der Sprache geitenden Regeln aus dem Gebrauche abzulesen, bzw. richtig abzulesen, soll die kritische Grammatik vervollstandigen und korrigieren." (blz. V).

Welnu, deze „kritische Grammatik”, die zich ook „logische Grammatik” noemt, biedt aan de taalkunde óók een begrip van essentiële en toevallige g^ammatica-regels, van „wesentliche” en „unwesentliche” regels, aan. En ook voor haar is „wesentlich”, datgene wat een noodzakelijkheid stelt, en „unwesentlich”, wat vrijheid 'laat. Midr, het standpunt, van waaruit zij haar noodzakelijkheid en vrijheid bepaalt, is totaal onderscheiden van het onze.

Voor ons is „essentieel”, wat volgens de „systematische” bouwprinciepen van 'n bepaalde taal in een bepaalde phase noodzakelijk is: volgens de phonoiogische systematiek die het woord betreft in zijn verstaanbaarheid, volgens de woord-systematiek die groep betreft in zijn begrijpelijkheid, volgens de systematiek der zins-deling die de zin betreft in haar interpreteerbaarheid. Voor ons is „toevallig”, wat niet uit de betreffende phase der systematiek zelf voortkomt.

Het linguistisch toevallige komt dus ófwel uit de kruising der verschillende phasen voort: het is dan wel systematisch en grammatisch bepaald, doch het blijft „toevallig” omdat het alleen maar soms aanwezig is en soms niet, ófwel het is van lexicale aard: het is dan wel „systematisch” doch niet „grammatisch”, ófwel het is 'n verschijnsel, dat aan het gebruik ontleend wordt, 'n gebruik waarin! ook de toepassing der grammatische systematiek altijd onderworpen is aanjde invloed der wetten, die in de situatie — waarin de taalstructuren moeten worden opgebouwd — werkzaam zijn. En, deze laatste „toevalligheid” kan weer voeren tot een gebruiks-gewoonte en zelfs, in bepaalde gevallen, een totale gebondenheid veroorzaken.

Sluiten