Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gelegen, doch die te vinden is in de structuur-wetien van ncu denken. De „toevallige” regel, die de grammatica nu registreert, en ongetwijfeld registreren moet, omdat zij 'n gebruiks-gewoonte uitmaakt, resulteert uit een kruising van de grammatische en de logische systematiek en het onderscheid tussen transitiva en intransitiva is, grammatisch beschouwd, niet „wesenthch : transitiva en intransitiva constitueren in de nederlandse taal geen grammatische of systematische categorieën, d.w.z. Zij constitueren in het taal-systeem geen grammatische grondvormen en geen systematische grondprinciepen of noodzakelijkheden bij de opbouw der taal-structuren. De grammatische feiten bewijzen dit overduidelijk: het aantal uitzonderingen op Schachter’s „wesentliche Verwendungsregeln” is legio.

Ondertussen wil dit helemaal niet zeggen, dat de logische onderzoekingen over transitiviteit of intransitiviteit voor de grammatica van geen belang zijn. Integendeel. Ter verklaring der grammatische gebruiks-regels blijkt die kennis voor de taalkundige noodzakelijk. Hij kan de feitelijke grammatische systematiek in al haar aspecten van gebondenheid en vrijheid met volledig verantwoorden, als hij dit logische aspect buiten bel schouwing laat. Hij heeft zich alleen met kracht te verzetten tegen de logijjistische omkering der verklarings-methode waartoe Schachter hem wil dwingen. Het standpunt waarvan de taalkundige bij zijn reconstructie van het taal-systeem moet uitgaan is niet: een confrontatie van de taal-structuren met logische maatstaven van waarheid of onwaarheid, van zin-volheid of Zinneloosheid, maar: een toetsen van de taal-structuren aan verstaanbaarheid, aan begrijpelijkheid, en aan interpreteerbaarheid. Èn ik durf voorspellen, dat hij dan op alle gebied de invloed der logische wetmatigheid zal vinden als een tegenspeler t. o.v. de eigen wetmatigheid van het meer-dimensionale teken-systeem, dat „taal” heet.

En, dames en heren, met dit laatste woord ben ik gekomen aan een vooronderstelling, die geheel mijn betoog tot hiertoe droeg: alle taal-gebruik is een teken-activiteit, een signaal-geven, een seinen, een uitwijzen naar iets anders, en dit signaal-geven, dit seinen, dit uitwijzen naar iets anders geschiedt noodzakelijk in een „situatie”. Alle taal-gebruik is dan ook opbouw van

Sluiten