Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden van den boer die hij in zijn knapenjaren was geweest. De plaats die hij had uitgekozen en omgewerkt lag buiten de heide, in het zicht nog van de hut. Zij lag beschut en vrij en het was alsof nooit een mensch er langs was gegaan. En zeker had nooit een mensch er gearbeid. Ik ben de eerste die ooit deze aarde heeft omgewoeld, de eerste sedert de aarde geschapen werd, dacht Johan, en hij was trotsch in zijn hart.

Vele dagen gingen en de zon stond hoog en hard. Dan zat hij in de schaduw van zijn hut en hoorde soms een klok. Die luidde in de abdij of in de dorpskerk. Maar als de wind van over 't water en de weiden kwam hoorde hij soms ook gelui uit de dorpen boven de vallei. Dan scheen het hem of de stilte van zijn woonplaats veredeld werd door die groeten uit de verte.

De grond was hard. En toch scheen hij malscher als hij moeizaam zijn voeten had geheven uit het zandpad; daar scheen het zand steeds hooger te groeien in grijze effenheid waarin de voetsporen werden ingevuld als in het spoorlooze water. Eeuwen lang was de aarde daar op zich zelf getast, ineengegroeid, in een smalle strook tusschen heizand en weide. In den vroegen morgen en als de hitte

Sluiten