Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rietvogels was heengespoed, luisterde nu naar de kalme vruchtbaarheid van de aarde.

De sporen van koordstriemen waren weggegroeid uit rug en borst van de vrouw. De schorsige vingeren van den soldaat hadden met verbaasd medelijden de strepen betast die rauw aanvoelden op haar weeke huid. En het was hem of zij eerst heelemaal bij hem hoorde toen hij over de schemerbleeke schouders van Grete zijn hand liet glijden en ze effen voelde onder den zachten dwang van zijn greep.

Bijna even schoon als de dag was de nacht met de hooge stilte boven de hut en de bosschen die zij wisten staan in dichte nabijheid ; zij lagen te denken aan de verre landen die zij hadden gezien en voelden dan in wonder geluk het vertrouwd bezit in eikaars armen. Een groot geluk met weinig woorden.

Zij zaten in het heikruid; Johan sloeg zachtjes voor zich uit met een lange berkentwijg. De volle heete zomernacht had ze uit de benauwde hut gedreven, en de maan stond in scherpen cirkel in den nacht.

— Zoo hebben wij dikwijls gelegen, en het kruis stond te midden van ons, zei Grete.

Johan antwoordde niet. Hij kauwde op het

Sluiten