Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen echter de sneeuw gevallen was en liggen bleef, weken aaneen, zei de soldaat Johan:

— Ik wilde dat het Lente werd.

En op zekeren dag was de heide vol vochtige klaarte onder de zon. De sparrebosschen roken lauw en uit het dorp kwam gerucht van vee en geblaf van honden. De soldaat Johan ging naar zijn akker en spreidde de aarde open. Voor het eerst sedert vele maanden geurde de grond dof en bedwelmend.

Toen kwam de dikke vreemdeling terug.

Hij ging recht naar de hut en toen hij de vrouw zag, sprak hij kort:

— Ha! zijt gij hier.

Achter haar zag hij de lange gestalte van Johan en hij zweeg, maar als de soldaat buiten kwam vroeg de vreemde:

— Weet gij nog wat ik u gezegd heb, daar verder op 't veld?

— Ik versta uw taal niet, antwoordde Johan.

— Dat zult ge wel leeren, grinnikte de vreemde; ge denkt, omdat gij soldaat geweest zijt, dat gij maar op een stuk land hebt neer te vallen en te zeggen: hier zaai ik, en een hut te bouwen en te zeggen: hier woon ik. Die grond hier, waarop gij staat en waar-

Sluiten