Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart zoo zwaar niet voelen kloppen. Zijn vrouw legde de hand op zijn schouder en zei zachtjes:

— De wereld is groot.

Zij trad buiten en haar oogen gingen over bosch en heide en ginder verder in de zon, over de meerschen van de vallei; tot er een mist kwam over haar blik.

De soldaat Johan keek naar den grond; hier moest oogst komen, na veel jaren; nu was de aarde zwart van de gesmolten sneeuw.

— Zij krijgen ons hier niet weg, zei hij.

En zonder woord of groet ging hij den weg

dien de vreemdeling had ingeslagen.

In het dorp was een kroegje; daar dronken de boeren brandewijn of dun bier. Soms was de soldaat Johan er geweest vóór hij zijn vrouw had. De waard was hem vriendelijk gezind; de enkele boeren die er op de bank zaten waren onverschillig; het was een volk dat arbeidde en zweeg.

— Dag soldaat, zei de waard.

Johan vond moeilijk zijn woorden. Hij moest spreken over zaken die hij niet kende en die hem benauwden. Over de abdij en den rentmeester. Tienden, heette dat, en daar kwam nog bij het eerste dier van een worp.

Sluiten