Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen stoof almeteens al het volk uiteen en een bende mannen met stokken, hamers en pieken trok voorbij en riep en achter hen joelde een menigte die verheugd scheen om wat die mannen deden. Soldaten waren het niet, die stapten anders, maar het was duidelijk dat het niet de eerste maal was dat zij gewapend te samen liepen.

En 's namiddags was de stad vol gekrijsch. Dan stapten andere mannen marktwaarts onder de banier van den heer en van de stad. Daar bleven zij in rangen staan. Dit zijn mannen van de wet, dacht Johan. Dan kwamen ze weer in beweging en een massa volk liep erachter, zwijgend en met bezorgd gezicht. En Johan volgde op een afstand.

Vóór een groot huis bleven zij staan; boven aan de vensters verschenen grimmige gezichten. En toen was alles stil. Een heer van de wet trad vooruit en riep iets naar boven dat Johan niet begreep, maar de mannen aan de vensters brulden hem tegemoet nog vóór hij gedaan had met spreken. En één van hen sprak hartstochtelijk tot de mannen daar beneden, tot de wapenlieden en tot het volk. En uit de massa stegen kreten van goedkeuring.

De wapenlieden bleven staan; en zoo duur-

Sluiten