Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zag de torens die gegroeid schenen onder dien hemel. Hij voelde trots en deemoed, schamelheid en kracht. Onder het stappen zei hij tot zich zelf: ze krijgen er mij niet weg.

Duizend eenzame en arme boerkens leven rondom u, had de monnik gezegd. Daar lagen ze nu, de boerderijtjes, ver van den weg, naar de rust van akkers en kanten. Hij zag ze allemaal samen, gekromd in den rug en doorzakkend in de knieƫn, met handen die hol stonden naar den greep van ploeg en spade. Allemaal in den dienst van de aarde, in geslachtenlange verbondenheid met den grond. Hij dacht aan de kinderen die hij krijgen zou; zij zouden hun gelaat buigen over de aarde waaraan hij voor het eerst van alle menschen de vruchtbaarheid had geschonken. En hij zette zijn tanden opeen; van dien grond kregen ze hem niet weg.

Tegenover den abt zou hij niet schuchter staan zooals hij voornemens was geweest te smeeken bij de dochter van hertog Karei of bij de hooge heeren. Hij zou zeggen

En de avond viel. Van de akkers bleef alleen de geur en de frischheid in het trage duister. Ook hier was de ziekte geweest. Wie kon het nog merken? Er liepen men-

Sluiten