Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen, oude en jonge, en hun gelaat stond zooals het gelaat van dit volk altijd was geweest, berustend, sterk.

Hij zou niet rusten, maar doorgaan, heel den nacht. Nachtmarsch was hem niet vreemd. Maar soldaten zien niet, zij stappen; er zijn menschen vóór en naast hen, zij praten of verlangen naar rust. Nu stapte hij gansch alleen en de nacht en de wereld was voor hem. Hij kon de dorpen raden waar hij zoo kort geleden was voorbij gegaan. Het was of hij zijn land ontdekte, den grond waar hij thuis was. En de aarde kreeg haar beteekenis.

In den vroegen morgen rustte hij aan den wegkant. Er was nog geen klokgelui, er was nog geen vee. Hij wachtte naar het oogenblik waarop uit de verte de klank van de torens en het geloei tot hem zou komen.

En het kwam, schuchter en vereenzaamd. Geen mensch op de wereld kan zeggen hoe schoon dat is; het is de zuiverheid van den hemel en de vruchtbaarheid van de aarde. De soldaat die boer was geworden begreep het zooals alleen een boer dit begrijpt. Hij voelde den dauw op zijn schouders en zijn hoofd en dacht aan den dauw die nu nog lag over de heide en de meerschen en een gevoel van dank ging in hem op.

De soldaat 5

Sluiten