Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij liep op hem toe; zij omklemde hem en wierp haar gezicht tegen zijn borst. Dit was goed; zijn hand spande over haar schouder. „Zoo'n vrouw bestaat er niet meer," dacht hij.

Er waren mannen geweest, de dikke vreemde was erbij. Zij hadden gelachen en haar bij de haren getrokken, maar de hond had de dikke vreemde gebeten, toen werd het dier doodgeslagen. De koe werd buitengehaald en de geit de heide ingejaagd. En de hut werd neergetrokken. Toen gaf de vreemde brandewijn aan de mannen en kwam op haar toe. Maar zij was het bosch ingekropen en na een tijd werd het stil. Daar lag nu alles wat overgebleven was.

— De wereld is groot, zei de vrouw.

De soldaat Johan zat neer met zijn hoofd tusschen zijn handen. De wereld was groot want ge loopt achter een gravin of een heer die recht moet geven en ge vindt ze niet. Hij zag op naar de vrouw die naast hem stond; die zou gaan met hem over de lange wegen, zooals hij hier gekomen was. Maar hier was zijn leven vast; hij zou niet weggaan.

— Wij blijven hier, zei hij.

Hij ging terug naar het puin van de hut en raapte den dooden hond op alsof het een kind

Sluiten