Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield de wereld stil. Hij ging voorbij de monniken die geruischloos bewogen door het zonlicht van de vensters. Hun behoeften waren geringer nog dan die van de boeren uit het dorp.

De abt ging naar zijn kamer. De romaansche boog van het gewelf was hoog boven zijn bidstoel. Een kruis boven het kruis dat lag op de bank. Er was geen venster naar buiten. Alle gerucht en alle klaarte kwamen van den binnenhof. Hier was een goede toevlucht.

Telkens als de wereld van daarbuiten tot hem gekomen was spoedde hij hierheen. Want dan was zijn hoofd vol vragen en zijn hart vol onzekerheid. Want nooit vond hij den glans van het eeuwige weerspiegeld in wat hij gehoord of gezien had. Een vrije boer wilde die man zijn; en boeren waren niet vrij. Was dat de nieuwe geest waarvan hij had vernomen, een geest die ook tegenover God vrij wilde staan. En hij had gehoord van ongebondenheid in kloosters, even erg als aan het hof van de vorsten; van geld en wijn en vrouwen.

Het was een bittere wereld waar het zoo toeging.

Toen klepte de kloosterklok.

Sluiten