Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

De soldaat Johan had een nieuwe hut gebouwd, meer naar de rivier toe. Zij was steviger en grooter dan de eerste. Hier ging een boer wonen met een gezin. De vrouw stapte met breede flanken, zwaar in haar vruchtbaarheid. Zij was zoo statig als zij naast Johan stapte dat hij verbaasd naar haar keek, naar haar lichaam dat niet misvormd was maar eer in den vollen rijpdom van schoonheid leek. Zij werkte met hem meê zooals te voren, zij klaagde nooit. Alleen 's avonds keek zij soms lang voor zich uit, als zij beiden de stilte zaten te genieten.

— Hoelang is het nu dat wij hier wonen ? vroeg Johan soms. Want hij was nog niet gewoon te rekenen zooals een boer voor wie het jaar gaat van oogst tot oogst. En dan antwoordde de vrouw: het is nu de tweede zomer dat wij hier samen wonen.

— Waar zou de koe nu zijn, vroeg hij op andere avonden. Hij zag ze nog goed vóór zich; zij was klein van romp en de scherpgerokken tepels stonden wijduit op den uier. Ik hoop dat ze 't goed heeft, zei hij. Dan antwoordde de vrouw niet meer, maar keek

Sluiten