Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De abt zei niet dat een vrouw met een kind bij hem was geweest. De vrouw van den soldaat die eens bij hem had gestaan en hem had toegesproken zooals geen enkele boer het ooit had gewaagd.

— Hier zit een boer gevangen en een soldaat, sprak de abt, en na een korte aarzeling voegde hij er bij, en ook een vrouw.

— Ja, ook een vrouw, antwoordde de heer van Sombeke.

Hij mocht den abt wel, hoewel hij niet veel van kloosters hield. Want zijn voorvaderen hadden destijds in een groote angst voor de pijnen van het hiernamaals een uitgestrekt gebied aan het klooster geschonken. En wanneer hij zijn paard dreef over den dijk en de weiden zag van het kloostergoed, kwamen in zijn geest onstichtelijke woorden over de vroomheid van zijn voorouders.

Maar met dezen abt was hij vriendelijk, die was niet zooals hij er anderen kende die opsnoefden tegen den meest drinkvasten ridder en ook niet veel omzagen naar paternoster of brevier. Deze was een fijne man, meer edelman dan hij zelf, en hij was eenvoudig met alle menschen.

— Die twee mannen hooren thuis op het kloostergoed, zei de abt.

Sluiten