Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoon hoewel zij jong en lenig was. En de boer Niklaas kon in de angstige verwarring van zijn geest zelfs niet denken aan haar en aan haar lichaam dat door zijn geeselkoord en zijn begeerige armen was omvat.

Maar de soldaat Johan dacht aan de woorden van den boer Niklaas die de aarde had gekust waarop hij het kind bij die vrouw had verwekt. En een groote moedeloosheid overviel hem. Want die twee naast hem geloofden niet meer aan wat zij anderen hadden voorgehouden. En hij zag zich zelf staan, luisterend naar den man tusschen de fakkels, terwijl zijn hart bonsde in duistere hoop om de woorden van den boer Niklaas.

— En ten slotte gij, dien men den soldaat Johan heet, zei de scherpe heer van tusschen de rechters. Gij hebt u schuldig gemaakt aan de zware misdaad van opstand tegen uw heer en geweld gebruikt tegen zijn dienaars. — Mijn wettige heer is de abt, zei de soldaat Johan rustig, want hem behoort de aarde waarop ik werk en het klein stuk weide waarop ik mijn koe laat grazen. En ik zou geen soldaat geweest zijn indien ik mij liet afranselen zonder weer te slaan.

Toen vroeg één van de rechters waarom hij achter den boer Niklaas was geloopen.

Sluiten