Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerk had vertoond en in angst en deemoed toevlucht had gezocht in een hoek, had zijn scherp oog haar ontdekt en met een stuk klokzeel, dat hij had afgesneden, was hij over haar gevallen en had ze verdreven uit de kerk. En op den drempel had hij vreeselijke vervloekingen uitgesproken, ook over het kind dat ze baren zou.

De boeren dachten met schrik aan deze vervloekingen en toen zij hoorden dat de moeder in groote weeën, het kind zonder doopsel waren gestorven, werden zij koud in hun gebeente en zagen vóór zich het angstwekkend gelaat van zonde en geloof.

Op een morgen stond de soldaat Johan in het stukje weiland dat in de meerschen van de abdij lag. Hij had de zeis gewet en de tergende klank van steen op staal had hem het genot gegeven van den man die in krachtige regelmaat de armen zal zwaaien en de geur van het gemaaide gras in zich op nemen. En daar op den dijk, ver weg, zag hij de bekende schaduwen van ruiters die, in harnas en wapens, den dienst van hun heer op het krijgsveld gaan volbrengen. Zij gingen als fiere schimmen in het licht van den morgen. En het was den soldaat Johan of hij het lied hoorde dat soldaten zingen als de zon en de

Sluiten