Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen Dietsch spreken, eens voor hun eigen laten vechten; de boeren moeten de vreemde maaiers eruit slaan en de soldaten die met de maaiers méégaan. Is dat niet de rechtvaardigheid van den ploegkouter?

Ze liepen nu met drie achter elkaar op den dijk en sloegen dan het pad in dat door de meerschen naar het heideland omhoog liep. De woorden van geweld klonken vreemd in de rust van den voormiddag, in dit land dat daar in onveranderlijke schoone stilte naar hemel en aarde te luisteren lag.

De soldaat Johan sprak geen woord en de anderen wachtten tot hij spreken zou.

En zoo kwamen zij aan de hut.

Toen zei de soldaat Johan:

— Ik geloof niet dat de boeren zullen vechten, want de grond waarop zij arbeiden is van de heeren en de abten, en ik heb gezien hoe zij wegliepen toen tien knechten hen kwamen afranselen.

En pater Bruno begon te prediken als of het voor een nieuwe kruisvaart was. Over de plicht van den boer en den soldaat, en over de gelegenheid die er nu was. En hij zou van hier tot Gent met Lieven en den soldaat Johan gaan en trachten de boeren op te roepen om de maaiers en de soldaten van

Sluiten