Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pater Bruno verhief dan zijn geweldige stem.

En hij vertelde hoe de maaiers door den koning van Frankrijk gezonden waren om den oogst te vernielen van al de boeren uit de gewesten van het Zuiden waar Dietsch gesproken werd. De heeren lieten begaan, de hertog liet begaan, en wat erger was, hij had troepen van Bourgondiërs en mannen van de Duitsche gebieden die in plaats van de boeren te beschermen, met dobbelsteenen en drank en nog veel ergere dingen, waarover een geestelijk man met schaamte spreekt, hun tijd doorbrachten en de boeren het laatste zwijn uit den stal haalden.

En hoe kwam dat, vroeg pater Bruno, antwoordt zelf, boeren.

De boeren stonden te luisteren; hun oogen stonden sluw en begrijpend, maar zij zwegen.

En hier bij hem, ging dan pater Bruno voort, stonden twee mannen die soldaat waren geweest onder den grooten hertog, Karei den Stoute, en een van hen — hier stond hij en heette Lieven en was van Gent — wist met groote zekerheid dat die hertog Karei niet dood was, maar opgehouden in Frankrijk en dat hij binnen kort terugkeeren zou om den grooten slag te slaan tegen den

Sluiten