Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Franschen Koning. Die andere naast hem was de soldaat Johan, die zelf een boer was en grond had vruchtbaar gemaakt waar sedert het begin van de wereld alleen de wilde konijnen hun voedsel hadden gevonden. Die mannen gingen vechten tegen de goddelooze schenders van de akkers; maar het mocht niet alleen aan vreemde soldaten worden toevertrouwd. Grond en oogst moesten door boeren worden verdedigd.

Waarom er dan soldaten bestonden, vroeg een van de boeren.

— Omdat de boeren te lam zijn om het zelf te doen, zei de soldaat Johan.

Er ontstond gekijf want zij dachten dat een soldaat betaald werd door de boeren. Telkens als er oorlog was werden er groote belastingen geheven en hadden de boeren zeer harde winters en waarom?

— Soldaten vechten voor de heeren, boeren alleen vechten voor den grond, zei de soldaat Johan.

En toen zwegen zij en dachten na, tot één van hen vroeg: voor welken grond, want de grond was toch van de heeren.

De soldaat Johan zweeg ook en het was voor hem een pijnlijk zwijgen. De vage droom, die in hem door den boer Niklaas

Sluiten