Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stad Gent een groot tolhuis maken en voor de Gentenaars die het verdragen.

Al wie er stond brulde van plezier en woede. En een groote man, die een kort bijltje omhoog stak, riep:

— Sint Lieven gaat over het tolhuis en daar is geen mirakel voor noodig.

En hij gaf den eersten houw in de houten wand van het huisje.

— Vooruit, mannen! riep pater Bruno.

De wapenlieden van de stad waren uit het

zicht en de tolbedienden stonden toe te zien hoe het kantoortje werd uiteengerukt. De soldaat Johan had een balk genomen en sloeg tot puin en splinters wat vóór hem lag en de mannen rondom hem werkten met denzelfden ijver.

Toen alles nu met hoopen en brokken dooreenlag, zei pater Bruno tot den soldaat Johan:

— Gij moogt het schrijn niet dragen want het betaamt niet dat iemand gereed loopt om er op los te slaan terwijl hij een heilige op zijn schouder heeft. Want gij zijt nu goed voorzien met een balk en misschien zult ge die kunnen gebruiken. Ga vooruit met de tien kloeke mannen die reeds in 't gelid staan.

Sluiten