Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen; daar vonden zij toevlucht in den slaap.

De anderen zaten zonder veel praats te samen. Zij waren moe en slecht gezind.

— Het is een ongeluk boer te zijn, dacht een luidop.

De soldaat Johan keek rechtuit voor zich; hij zat tusschen pater Bruno en den vreemdeling met het litteeken.

— En wat zal er nu gebeuren met den man zonder ooren? vroeg hij.

Zij zwegen allen.

— En waarom hebt ge dit laten gebeuren ? vroeg hij verder.

Er was iemand die mompelde:

— Wie kan ijzer met handen breken.

Hij zag op naar pater Bruno, maar deze

keek hardnekkig van hem weg en deed alsof hij het niet gehoord had.

— Welke heer kan de boeren breken als de boeren ophouden vee te zijn, vroeg de soldaat Johan bitter.

In de stilte die volgde zong de vreemdeling het lied van de opstandige boeren en het was als een bedreiging. Toen het uit was, zei de soldaat Johan: „Zing het nog eens" en de eene na den andere bromde het lied mee.

En een jonge man riep:

— Waarom laten wij dit alles gebeuren.

Sluiten