Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johan en de vreemdeling traden vooruit en zegden aan de mannen die den balk droegen:

— Inbeuken.

Ook de statige deur werd ingebeukt en de boeren stonden in de koele hal, besluiteloos en zonder woorden. Plots zwaaide één van hen zijn vlegel en een beeld, dat bleek schemerde in het onzekere licht, viel op den grond. De spanning was verbroken en allen lachten.

Toen zagen zij den heer staan, omringd door dienaars, die licht in de hoogte staken. Hij stond op de trap en keek met misprijzen en woede op hen neer.

— Weg, hieruit, hondenvolk, riep hij.

Een boer riep:

— Wij verstaan u niet, spreek onze taal.

De heer kwam eenige treden lager; hij keek

dieper de hal in en de boeren die zijn blik volgden zagen dat wapenlieden en knechts achter hen in de hal waren gekomen.

Ranselt ze buiten, beval de heer, en

grijpt vast wat ge kunt.

De soldaat Johan had den vreemdeling iets in het oor gefluisterd en deze stormde de trap op, gevolgd door de boeren; maar toen er een tiental zich naar boven had gedrongen, hield Johan de anderen tegen en met het

Sluiten