Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIJDPERK 1902-1907

te sluiten voor het feit, dat in het algemeen gesproken en zonder in het minst te kort te doen aan de voortreffelijke hoedanigheden van een betrekkelijk kleine kern, het oordeel over de waarde voor de toekomst van het Europeesch bestuurskorps geenszins onverdeeld gunstig kon luiden. En wel inzonderheid die meest begaafde kern bovendien ondervond al meer den moreelen druk van het bewustzijn, dat in den loop der jaren in het korps was doorgedrongen, van gemis van een bevredigende toekomst in de ambtelijke loopbaan.

§ 2. VOORSTELLEN-NEDERBURGH

Onder die omstandigheden was het, dat ik, na hoofdzakelijk bij het Binnenlandsch Bestuur verscheidene jaren in Indischen dienst te hebben doorgebracht, in 1898 als Controleur bij dien tak van dienst van een tweejarig verlof tot herstel van gezondheid uit Nederland terugkeerde.

Enkele weken na mijne terugkomst in Indië volgde mijne toevoeging aan de kort te voren ingestelde Grondhuurcommissie, bestaande uit den Gouvernements-Secretaris D. F. W. van Rees en den Hoofdinspecteur van Cultures, H. J. W. van Lawick van Pabst, en niet lang daarna, bij de ontbinding van die commissie, aan den eerstgenoemde, voor agrarische en andere aangelegenheden. Inzonderheid deze laatste toevoeging stelde mij in de gelegenheid, op verschillend gebied van gedachten te wisselen met dien, mij uit mijne vroegere detacheering ter Algemeene Secretarie bekenden, hoogst bekwamen hoofdambtenaar, die aanvankelijk evenzeer bij het Binnenlandsch Bestuur werkzaam was geweest en voor dien werkkring nog steeds groote belangstelling gevoelde !).

Na in 1903 tot Directeur van Binnenlandsch Bestuur te zijn benoemd, diende de Heer Van Rees in het volgende jaar aan de Indische Regeering een plan in tot reorganisatie van dien tak van dienst.

Ook van andere zijden was intusschen de aandacht op dat

!) Na het ambt van Vice-President van den Raad van Nederlandsch-Indië te hebben bekleed verliet de Heer Van Rees in 1914 den Indischen dienst, om enkele jaren na zijn terugkeer in Nederland te worden benoemd tot Ondervoorzitter der Permanente Commissie voor de internationale mandaten van den Volkenbond te Genève, welke functie hij tot zijn overlijden in 1934 heeft vervuld.

Sluiten