Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIJDPERK 1902-1907

met het verzoek maatregelen te willen treffen tot verbetering van de positie en de vooruitzichten in hun korps.

Ofschoon de waarde van de in dat geschrift bepleite tegemoetkomingen van geldelijken aard geenszins voorbijziende, trok ge¬

noemde uirecteur in zijne beschouwingen ter zake de daarvan verwachte voordeelen voor den algemeenen toestand in de lagere rangen zeer in twijfel. De verheffing van het geheele bestuurskorps in ambtelijken en maatschappelijken zin, welker urgentie zoo algemeen werd gevoeld, was naar zijn gevoelen niet anders te bereiken dan door een reorganisatie op breederen grondslag. Een reorganisatie van wijdere strekking ook dan die, welke, tengevolge

eener enkele jaren te voren aan het Lid van den Raad van Indië den Heer Mullemeister verstrekte Regeeringsopdracht, in 1900 toepassing had gevonden, doch op stuk van zaken vrijwel niemand had voldaan.

In enkele woorden weergegeven zou, naar het oordeel van den Heer Van Rees, de vereischte hervorming, naast een algemeene herziening van de materieele vooruitzichten in de verschillende ambten en rangen van den Indischen bestuursdienst, in hoofdzaak moeten beoogen splitsing van het gebied van Java en Madoera, uitgenomen de Vorstenlanden, in een drietal groote „residentiën": West-, Midden- en Oost-Java, gepaard met aanwijzing van een Inspecteur van het Binnenlandsch Bestuur in elk van die gewesten, ter assistentie van den Resident, en met instelling, in elk van die nieuwe ressorten, van een naar de behoefte ingericht gewestelijk bestuursbureau. Voorts met wijziging o. m. van enkele verhoudingen en titels in de laagste betrekkingen van het bestuurskorps op Java en Madoera.

§ 4. NOTA-DE GRAAFF

Waar ook de verhoudingen bij het Inlandsch Bestuur de aandacht der Regeering bezig hielden, werd eenigen tijd later in mijn toenmalige functie van Adjunct-Directeur van Binnenlandsch Bestuur mij opgedragen, een nieuw schema van reorganisatie te ontwerpen, waarbij ook dat punt in den kring van beschouwing zou worden opgenomen.

Aan deze opdracht gaf ik uitvoering door onder dagteekening 12 Juni 1905 een breed opgezette memorie in te dienen, houdende

Sluiten