Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIJDPERK 1902-1907

„Beschouwingen aangaande eene reorganisatie van het Binnenlandsch Bestuur op Java en Madoera".

Op den voorgrond stond daarbij beperking, zooveel mogelijk, van den werkkring der Europeesche ambtenaren tot het meer intellectueele gedeelte van de bestuurstaak en tot een algemeen toezicht op den gang van zaken. Dit echter zonder hun ambt te elimineeren alvorens op grond van verkregen ervaring aan de ten dienste staande Inlandsche bestuurskrachten de noodige bekwaamheid en algemeene geschiktheid mochten worden toegekend, om, voor zooveel het karakter van het Landsgezag dit zou toelaten, in de taak en bevoegdheden te treden van het Europeesch Bestuur, dat middelerwijl door vergrooting van ressorten als anderszins zooveel mogelijk ingekrompen zou worden.

Ter bevordering van het aldus afgebakend streven, gericht in de eerste plaats op verruiming van de aan het Regentsambt verbonden taak, werd alsnog aanbevolen invoering, in de formatie van het Inlandsch Bestuur, van een nieuw ambt, onder de benaming „Assistent-Regent" !). Voor de vervulling van die nieuwe functie werd gedacht aan jonge krachten van breedere algemeene opleiding, aan welke bovendien door het volgen van een speciale voorbereiding bekwaamheden van meer vakkundigen aard zouden worden bijgebracht. Van den bijstand dezer aldus voorbereide ambtenaren zou in het gedachte stelsel gebruik worden gemaakt, om, vooruitloopend op hetgeen de toekomst in het algemeen omtrent de mogelijkheid eener verdere evolutie zou leeren, in het bestuursapparaat van het regentschap voorshands reeds eene versterking aan te brengen, die het mogelijk zou maken om met vertrouwen te besluiten tot overdracht in ruime mate aan den Regent van werkzaamheden van den Assistent-Resident en de Controleurs.

Naar ik deed uitkomen, zou die voorziening al dadelijk op hare plaats zijn ook bij handhaving, overigens, van de bestaande bestuursinrichting. Niettemin had ook mij daarbij voor oogen gestaan splitsing van het gebied, uitgenomen de Javaansche Vorstenlanden, in drie uitgebreide gewesten. Het bestuur over die ressorten, in mijne voorstellen aangeduid als „gouvernementen", zou berusten bij een Gouverneur, bijgestaan, in de verschillende

*) In den loop der verdere behandeling van het vraagstuk op practische gronden vervangen door den naam: „Adjunct-Regent".

Sluiten