Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIJDPERK 1902-1907

de vereischte overeenstemming met het Opperbestuur werd niet dan ten deele bereikt.

In Mei 1907 werd op voorstel van voornoemden Minister de Koninklijke bewilliging verkregen om, nadat bij de begrooting op de invoering gerekend zou zijn, over te gaan tot instelling van het ambt van Adjunct-Regent. Die machtiging evenwel betrof het beginsel, niet de wijze van toepassing. Ook ter verkrijging van de machtiging der Koningin tot een proefneming met het instellen van een gouvernement West-Java, als voorlooper eener eventueele splitsing van het gebied Java en Madoera in drie gewesten van dien aard, werden in het moederland stappen gedaan. Tijdens de overweging echter van de zaak achtte de Minister Fock zich genoopt tot de verklaring, dat aan het reorganisatieplan voorloopig geen voortgang zou kunnen worden gegeven, wijl inmiddels gewichtige bezwaren waren gerezen tegen verwezenlijking van het denkbeeld tot aanstelling van Adjunct-Regenten.

Die bezwaren, welke feitelijk niet zoozeer het wezen van de zaak betroffen, brachten dien Bewindsman er toe, aan de Indische Regeering mede te deelen, dat zijnerzijds werd afgezien van bedoeld instituut. Echter, dat op het reorganisatieplan betreffende de invoering van gouvernementen kon worden teruggekomen, indien een bevredigende oplossing te vinden was voor de moeilijkheden, voortvloeiend uit het wegvallen der Adjunct-Regenten.

Waar dit laatste vooralsnog niet het geval mocht zijn, was het sinds 1902 in Indië in ernstig beraad genomen vraagstuk der bestuursinrichting op Java en Madoera daarmede op een dood spoor geraakt.

Sluiten