Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERVATTING DER GEDACHTENWISSELING

van het bestaand bestuursmechanisme en de conclusiën, tot welke een en ander mij aanleiding gaf.

Het daaropvolgende hoofdstuk behandelde het gouvernementenstelsel. Achtereenvolgens hield het zich bezig met de wording der toenmalige gewestelijke indeeling en bestuursregeling; met de bestuursindeeling in Britsch-Indië en Fransch Indo-China; met het denkbeeld van samensmelting der bestaande gewesten tot grootere bestuurseenheden en tot overdracht van bestuursbevoegdheden in een zoodanig gouvernementenstelsel; met de instelling van gewestelijke bestuursinspecteurs of -adviseurs en de inrichting der gewestelijke en afdeelingsbureau's. Voorts met splitsing van het Bestuurskorps in een algemeenen en een gewestelijken dienst, met de begrenzing der te vormen gouvernementen en met een geleidelijke invoering van het gouvernementenstelsel. Ten slotte met het vraagstuk eener fusie van de Europeesche bestuurskorpsen van Java en Madoera en van de Buitenbezittingen.

Hoofdstuk III was gewijd aan de inrichting van het bestuurswezen in de voorgestelde gouvernementen. Het besprak de algemeene grondtrekken der organisatie van het bestuur in die ressorten; de nadere uitwerking daarvan voor Java en Madoera; het instituut der Adjunct-Regenten; hernieuwde overweging van dat instituut; de vereischte wijzigingen in den toestand van het Inlandsch Bestuur op Java en Madoera en ten slotte de nadere uitwerking van de in den aanvang geschetste grondtrekken van bestuursorganisatie voor de gebiedsdeelen buiten Java en Madoera.

Hoofdstuk IV der Nota vroeg de aandacht voor het onderwerp der opleiding voor den bestuursdienst. Het nam achtereenvolgens in beschouwing de algemeene richting der opleiding voor den hoogeren bestuursdienst, de uitwerking van de daarbij ontwikkelde desiderata en de oprichting te Batavia eener „Instelling voor Bestuursstudiën" voor Inlandsche ambtenaren en toekomstige Civiele Gezaghebbers.

In het volgende hoofdstuk werden de geldelijke gevolgen onder de oogen gezien van de voorgestelde bestuursorganisatie. In de eerste plaats werden daarbij naar voren gebracht de bezwaren, aan een zoodanige raming verbonden. Vervolgens was het de geldelijke positie der Europeesche ambtenaren bij de ontwor-

Sluiten