Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

naar Indië, met zekere gratificatie voor uitrusting als anderszins.

Onder het gebruikelijk verband zou verder aan alle tot de opleiding voor het bestuur in de Buitengewesten aangewezen personen eene passende maandelijksche bezoldiging worden toegelegd tijdens den duur hunner studie, met den ingang waarvan hun diensttijd als Gouvernementsambtenaar een aanvang zou nemen.

Na aflegging met voldoenden uitslag van het eindexamen van den cursus, zouden de betrokkenen ter voltooiing van hunne vorming gedurende één of twee jaren als „Adjunct-Civiel Gezaghebber"

in de Buitengewesten worden toegevoegd aan een Civiel Gezaghebber of Controleur bij het Binnenlandsch Bestuur aldaar, om vervolgens in het nieuwe korps Civiele Gezaghebbers over te gaan.

De daaropvolgende paragraaf der Memorie van Toelichting gaf instelling van de te Batavia op te richten „Instelling voor Bestuursstudiën" ^s*"ë"rs~ een meer in bijzonderheden uitgewerkt beeld, zoowel omtrent den cursus voor de toekomstige Adjunct-Regenten op Java en Madoera als wat betreft de vakopleiding der aanstaande Civiele Gezaghebbers in de Buitengewesten, wier studie voor verschillende leervakken — genoemd werd als voorbeeld onderricht in staatsen strafrecht en in bepaalde onderdeelen der burgerlijke en waterbouwkunde — geheel of ten deele met die der eerste groep zou kunnen samengaan. Samenvoeging tot één gemeenschappelijke instelling verschafte naast de daaruit voortvloeiende bezuiniging bovendien het voordeel, dat tusschen beide categorieën van leerlingen eene dagelij ksche aanraking werd verkregen, die vooral voor de aanstaande Europeesche bestuursambtenaren der Buitengewesten van groote waarde kon zijn, immers terstond reeds hen in de omgeving bracht van beschaafde Inlandsche ambtenaren van ervaring op bestuursgebied.

Aan de daaropvolgende bespreking van de leerstof, welke voor de nadere opleiding dezer laatste ambtenaren te kiezen zou zijn,

werd alsnog de opmerking verbonden, dat het tevens in de bedoeling lag inmiddels hen te peilen wat aanging hunne geheele persoonlijkheid, ten einde bij den afloop van den cursus de Regeering te kunnen voorlichten omtrent hunne meerdere of mindere geschiktheid voor eene benoeming tot Adjunct-Regent. Voor zooveel de betrokkenen niet daarvoor in aanmerking kwamen, zouden zij hunne ambtelijke loopbaan voortzetten bij het districts-

Sluiten