Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

tweetal aan de Kamer ingediende adressen van het bestuur der „Vereeniging van ambtenaren bij het Binnenlandsch Bestuur in Nederlandsch-Indië", gevestigd te 's-Gravenhage, welke stukken ter griffie van de Kamer ter inzage waren neergelegd.

De Beaufort. Eerste spreker was de Heer De Beaufort, lid der evenbedoelde Commissie '), die met een enkel woord het standpunt wenschte te constateeren, dat, spreker zou niet zeggen in tegenstelling met, maar naar aanleiding van de daarna door den Minister van Koloniën ingediende Nota, was ingenomen door de Commissie van Rapporteurs. Hij achtte dat standpunt wenschelijk, ook al meende spreker eveneens, dat het onmogelijk zou zijn, dat de Kamer van het oogenblik haar opvolgster eenigermate door de stemming over het aanhangig wetsontwerp zou kunnen binden.

Intusschen verklaarde genoemde afgevaardigde, dat, ofschoon het, wat hem persoonlijk betrof, onwaarschijnlijk was, dat hij ooit geroepen zou worden om over de zaak zelve eene beslissing te nemen, bij hem geen bezwaar bestond, dat de door den Minister op den voorgrond gestelde beginselen tot grondslag zouden dienen voor de, ook door hem wenschelijk geoordeelde, voorbereiding eener hervorming der bestuursorganisatie in Indië. Spreker zou zijn stem aan de suppletoire begrooting geven, zonder echter daarmede meer te bedoelen.

De Meester. De volgende woordvoerder, het liberale Kamerlid Mr. de Meester 2), dacht over de uitzending van een Regeeringscommissaris niet gering, maar van de breede hervorming, die men zich geschetst had gezien, kwam in de eerste jaren nog niets. Wanneer hetzelfde wetsontwerp, dat nu vijftien maanden daar lag, was ingediend met alleen den inhoud van het eerste gedeelte der Memorie van Toelichting, waarin de groote lijnen waren aangegeven, geloofde spreker dat het veel eerder was afgedaan en dat het niet tot zoovele brochures aanleiding zou hebben gegeven als nu de schrijftafels bedekten 3). Hij wilde niet zeggen, dat tegen die groo-

!) Handelingen Tweede Kamer 1912/1913, blz. 868.

2) Handelingen a. v., blz. 869.

3) Of het eerste inderdaad het geval zou zijn geweest, was zeer de vraag. Alleszins mogelijk was het, dat men, gegeven de invloeden, die zich in deze deden gelden, integendeel het gemis van nadere gegevens zou hebben aangegrepen als motief om de zaak op de lange baan te schuiven.

Sluiten