Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

Het woord was daarna aan den Heer Verheij !), die zich zou wil- Verheij. len aansluiten aan hetgeen de Heeren De Beaufort en De Meester hadden gezegd over het wetsontwerp en naar aanleiding van dereorganisatie ; hij wilde echter daarop toch nog een restrictie maken.

Spreker zou namelijk aanvankelijk zich niet kunnen vereenigen met het denkbeeld eener vorming van gouvernementen. Voortdurend werd verklaard, dat de tegenwoordige ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur niet de geschiktheid zouden hebben (?)

om als hoofd van een gewest hun taak naar behooren te vervullen en dat daarom ook op inkrimping van het aantal gewesten moest worden aangestuurd. Wanneer spreker nu naging, wat in de laatste jaren door medewerking van de bestuursambtenaren was geschied, zag hij geen reden om de tegenwoordige vorming van die ambtenaren ondoeltreffend te achten en van de bestaande indeeling in gewesten af te wijken om tot den in de Memorie van 1 oelichting aangegeven toestand over te gaan. Hij zou zeker zich niet verklaren tegen een betere opleiding als die mogelijk en inderdaad wenschelijk was, maar ook als dat geschiedde, was hij volstrekt niet overtuigd, dat die maatregel zou moeten leiden tot eene inkrimping van het aantal gewesten als het ontwerp beoogde.

De anti-revolutionnaire afgevaardigde Dr. Scheurer 2) besprak Scheurer. met een enkel woord de groote beteekenis, die het wetsontwerp had voor de ontwikkeling van Nederlandsch-Indië. Het bestaande bestuursstelsel, afkomstig uit den tijd van Daendels, paste volstrekt niet meer bij den huidigen toestand en alle brochures en andere geschriften, die ter zake ter tafel lagen, bewezen dan ook niets anders dan dat de toestand, zooals die op het oogenblik was, onhoudbaar moest worden genoemd.

De Minister vroeg echter thans alleen maar de toestemming der Kamer voor de zending van iemand, die de zaak zou onderzoeken en daarna een zeer uitgewerkt plan van reorganisatie zou overleggen. Daarmede wilde spreker zijn volle instemming en sympathie betuigen.

De beraadslaging werd daarop verdaagd, om den volgenden dag hervatting te vinden.

1) Handelingen a. v., blz. 870.

2) Handelingen a. v., blz. 870.

Sluiten