Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

Bos. Het woord werd daarbij het eerst verleend aan den vrijzinnigdemocratischen afgevaardigde Dr. Bos i), die nog even de aandacht wilde vestigen op eenige gevolgen, welke het standpunt der Commissie van Rapporteurs aangaande de beteekenis van het gevraagde Kamervotum zou medebrengen.

Voor de Regeering zelve kon dat standpunt niet aangenaam zijn. De beteekenis was, naar het spreker voorkwam, deze, dat algemeen werd ingezien, dat eene reorganisatie van het binnenlandsch bestuur in Indië noodzakelijk was, en dit werd ook buiten de Kamer algemeen toegegeven. Wanneer dus de Kamer nu geld voteerde voor een Regeeringscommissaris, dan was dit een bevestiging van die meening.

Ten tweede had de Kamer dan daardoor een keuze gedaan tusschen twee denkbeelden: instelling van een Staatscommissie en benoeming van een Regeeringscommissaris. Spreker schaarde op dit punt zich aan de zijde van den Minister. Zijns inziens zou het instellen van een Staatscommissie niets anders tengevolge hebben dan vertraging.

Wie die Regeeringscommissaris zou moeten zijn ? Dit was een zaak, die geheel kwam voor de verantwoordelijkheid van de Regeering. Waar evenwel ook in de Kamer stemmen waren opgegaan om er op aan te dringen, dat vooral zou worden gelet op practische bestuursuitoefening, kwam het spreker voor, dat het voornamelijk van belang was, dat iemand daarmede belast werd

en daarbij drong zich onwillekeurig al een naam aan de gedachten op die geheel en al het onderwerp meester was. Iemand, die zich ook objectief tegenover het binnenlandsch bestuur kon plaatsen en tevens moest hebben zekere onbevangenheid van blik om denkbeelden, die in vroegere tijden hem misschien geliefd waren, ter zijde te kunnen stellen. Iemand, die zich frisch tegenover de zaak kon plaatsen.

Spreker wenschte ook in het kort er op te wijzen, wat het gevaar zou kunnen zijn wanneer degene, die met de verdere voorbereiding werd belast, zou meenen, dat het vrijwel zeker was, dat het plan, zooals het daar lag, door de Kamer zou worden geaccepteerd. Met vermelding van enkele punten — waarvan de wedergave door spreker echter niet onverdeeld juist was, — betoogde deze dat, hoezeer dit alles schijnbaar zeer nauw samenhing, de

i) Handelingen a. v., blz 896—898.

Sluiten