Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

aan de zaak verbonden waren en de kans van aanneming uit dien hoofde gering zou zijn. Ook dit achtte spreker een voordeel.

Inderdaad oordeelde de Regeering de reorganisatie van het bestuur in Indië broodnoodig. De bestaande inrichting was geheel gebaseerd op een toestand, zooals die vóór vijftig jaren daar bestond. Spreker wees op de algemeene centraliseering in den persoon van den Gouverneur-Generaal en de gevolgen daarvan. De meening der Regeering was het — spreker zeide dit niet om daarmede uit te drukken, dat de Kamer zich gebonden zou hebben te achten dat men in Indië moest krijgen een gewestelijke, zoo administratieve als financieele, decentralisatie en dat tal van belangen daarbij betere behartiging zouden vinden. Tegelijkertijd moest aan de Inlandsche elementen een meer actief aandeel in de bestuursvoering worden gegeven.

Nu wilde spreker op één punt wijzen, dat voor hem van groot belang was, omdat in dat opzicht blijkbaar misverstand bestond. De gedachte, om groote gewesten te vormen, sproot niet voort uit wantrouwen tegen de aanwezige bestuurders, als zouden daaronder geene geschikte krachten zijn. Integendeel wilde de Minister uitdrukkelijk verklaren, dat onder die bestuurders tal van mannen waren, die om hun ijver en toewijding aanspraak hadden op aller lof; ook uit die kringen zouden de mannen gevonden moeten worden, die, wanneer het tot vorming van gouvernementen kwam, aan het hoofd zouden worden gesteld.

Aan de vorming van die nieuwe gouvernementen lag een andere gedachte ten grondslag. Als men aan die eenheden de behartiging wilde toevertrouwen van belangen, die thans door het centraal gezag werden behartigd, was daarvoor noodig een staf van bekwame technici, wat voor een aantal gewesten als het tegenwoordige practisch niet mogelijk zou zijn.

Dat tegelijkertijd over een betere opleiding werd gesproken, vond zijne oorzaak ook niet hierin, dat de Regeering van meening zou zijn, dat de beste bestuurder zou zijn degene, die de meeste wetenschap aan de academie had verkregen. Waar echter het niveau der taak van het Binnenlandsch Bestuur voortdurend steeg en in Indië hoe langer hoe meer Europeanen kwamen, die een breedere vorming hadden genoten, was het wenschelijk, dat men aan het hoofd van het bestuur mannen had, die in dat opzicht niet achterstonden. Daarom was aan eene Staatscommissie opgedra-

Sluiten