Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

Van den Berg In hunne repliek kwamen beide afgevaardigden op de zaak teter" D"Cn rug- De Heer Van den Berg sprak een enkel woord i) over opheffing van het dualisme in het bestuur en de mogelijkheid om zonder het „door elkander werpen" van alle gewesten de beoogde decentralisatie te bereiken door meerdere uitbreiding te geven aan het locaal zelfbestuur op den grondslag der wetgeving van 1903. Evenals de Heer Van Deventer, die een paar dagen te voren mede in dien zin had gesproken, gaf spreker blijkbaar zich geen rekenschap van de omstandigheden, welke tot het voorstel tot vorming van de gewenschte gouvernementen noopten.

Laatstgenoemde afgevaardigde gaf zijne verbazing te kennen 2) over het antwoord, dat hij van den Minister had ontvangen. Hij had „den indruk verkregen", dat de voorgestelde plannen in de andere Kamer over het algemeen geen instemming hadden gevonden en daarom vond hij het vreemd, dat degene, die deze plannen ontworpen had, belast zou worden met het maken van andere plannen. Maar nu zeide de Minister: die plannen zijn niet afgekeurd, de Minister is vrij gebleven, en, gebruik makende van die vrijheid, zou hij volgens de beginselen, die aan de oorspronkelijk voorgestelde plannen ten grondslag lagen, een nieuw voorstel doen voorbereiden. Nu de Minister dit zoo duidelijk had gezegd, meende hij toch — en hij geloofde daarbij te spreken namens verscheidene andere leden — dat men ten aanzien van de toekomstige plannen ook hunnerzijds zich geheele vrijheid van handelen moest voorbehouden. Spreker voegde nogmaals en met nadruk hieraan toe, dat indien er geen stemming gevraagd werd over het wetsontwerp, dit allerminst mocht worden beschouwd als ook maar in de verste verte te zijn een instemming met de beginselen, die aan de oorspronkelijke plannen ten grondslag lagen.

KoloniënVan Minister De Waal Malefijt gaf op de vorenstaande be¬

schouwingen ten antwoord 3), dat het volkomen juist was, dat hij niet was ingegaan op de uitnoodiging, om nu eens een uiteenzetting te leveren over de wijze, waarop de Regeering zich voorstelde de hervorming van het Binnenlandsch Bestuur uit te voeren. Maar hij had dit alleen gedaan, omdat in de Tweede Kamer uitdrukkelijk was verklaard, dat de Kamer tot niets anders gebon-

1) Handelingen a. v., blz. 192-193.

2) Handelingen a. v., blz. 195.

3) Handelingen a. v., blz. 197.

Sluiten