Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

den was dan om de zending van den Heer De Graaff mogelijk te maken en dat volledige vrijheid van oordeel voorbehouden bleef.

Daarom vond hij het geheel overbodig, thans weer breede discussiën daarover te houden. De tijd daartoe zou gekomen zijn,

wanneer een concreet voorstel ter tafel lag. Spreker was er alleen tegen opgekomen — dit ten antwoord aan den Heer Van Deventer — dat men uit het feit, dat in de Tweede Kamer door verschillende tegenstanders van de reorganisatie het woord was gevoerd, zou concludeeren, dat het uitgemaakt was, dat de regeling, die zou worden voorgesteld, een andere moest wezen.

Genoemde Bewindsman wenschte te constateeren, dat daaromtrent niets besloten was; dat noch vóór, noch tegen een beslissing was gevallen; dat Kamer en Regeering tegenover elkaar op dit punt geheel vrij waren gebleven. Alleen voegde hij daaraan toe,

dat het zijn voornemen was — ook in de Tweede Kamer had hij dit gezegd — den Heer De Graaff de instructie mede te geven een regeling te ontwerpen, berustende op de beginselen, in de Memorie van Toelichting uiteengezet.

Ook in de Eerste Kamer werden ten slotte zonder beraadslaging stemming, en zonder hoofdelijke stemming de voorstellen aanvaard, waarmede de verdere voorbereiding van Regeeringsontwerpen tot een algemeene hervorming van het bestuurswezen in Indië vaststond en in verband daarmede voor mij persoonlijk de taak, om tot dat doel mij als Regeeringscommissaris daarheen te begeven.

§ 4. UITZENDING VAN EEN REGEERINGSCOMMISSARIS

In aansluiting aan de ingevolge Koninklijk besluit van 5 Mei 1911 No. 62 aan mij gegeven opdracht tot uitwerking, voor de behandeling hier te lande, der van de Indische Regeering ontvangen voorstellen omtrent de evenvermelde hervorming en aan de daarop gevolgde ministerieele resolutie van die strekking, was intusschen bij beschikking van den Minister van Koloniën van den 18den dier maand mijn verlof naar Europa verlengd voor zoolang als noodig zou blijken.

Bij ministerieel besluit van 18 September d. a. v. Afd. D., No. 43, houdende instelling van eene commissie met de opdracht advies uit te brengen nopens de vraag, aan welke eischen, wat betrof hunne wetenschappelijke voorbereiding, de bij de voorgenomen

Indische Bestuurshervorming 4

Sluiten