Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

WETSONTWERP VAN DEN MINISTER PLEYTE (1918)

Wetsontwerp Tijdens de eerstvolgende jaren bleef de zaak rusten. Eerst gedurende het zittingsjaar der Staten-Generaal 1917-1918 werd, eenige maanden vóór het aftreden van het Kabinet, door den Minister Pleyte een ontwerp van wet ingediend tot hervorming van het Indisch Bestuursstelsel. Dat ontwerp echter beperkte zich tot Java en Madoera, behoudens nog, dat naar het oordeel van genoemden Bewindsman in de Vorstenlanden alle ingrijpende veranderingen in het Europeesch bestuursstelsel vermeden moesten worden zoolang nog zich daar de groote agrarische hervormingen voltrokken, welke indertijd door mij als Directeur van Binnenlandsch Bestuur met medewerking inzonderheid van den toenmaligen Inspecteur voor Agrarische Zaken, den Heer De Roo de la Faille, ontworpen waren. Ook de Buitengewesten zouden voorshands buiten de hervorming moeten blijven, bij gebreke van de bouwstoffen, welke onmisbaar waren voor de inrichting eener autonome gewestelijke eenheid in het ontworpen stelsel.

Zooals in de Memorie van Toelichting vermelding vond, had de Minister Pleyte, hoewel groote waardeering gevoelend voor den geleverden arbeid en daarvan op velerlei punten partij getrokken hebbende, de ontwikkelde denkbeelden niet in allen deele tot de zijne kunnen maken.

In enkele trekken weergegeven, was in het systeem van zijn wetsontwerp gedacht aan een territoriale indeeling van het grondgebied van Nederlandsch-Indië in „provinciën en gewesten"

i) De tegenstelling: „provinciën" en „gewesten" was minder juist. In de algemeene staatsrechtelijke terminologie is „gewest" de genus-naam, „provincie" de species Men kan dus het tweede begrip niet tegenover het eerste stellen, zoomin als het eerste tegenover het tweede. De provincie is een gewest; in het staatsrecht worden beide woorden promiscue gebruikt. Zoo ook het begrip: „gewestelijk bestuur" voor bestuur eener provincie (zie Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandsche taal).

Sluiten