Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

KABINETSWISSELING VAN HET JAAR 1918

Het Kamerlid, de Heer Scheurer, verklaarde op alleszins overtuigende gronden ten aanzien van de herziening van het politiewezen uitstel onverantwoordelijk. Wat aanging de tweede motie, die omtrent de instelling van regentschapsraden, bepleitte daarentegen ook die spreker thans uitstel, wijl de Regeering dit onderwerp had voorgebracht als een inleiding voor een uitgebreide bestuursreorganisatie, terwijl de geheele inrichting nog niet voldoende was voorbereid. Het onverantwoordelijk achtend, dat de Minister dienaangaande een proefvoorstel zou doen met de kans van mislukking, drong spreker mitsdien ten sterkste aan op terugneming van den post. Anders zou hij zich genoodzaakt zien voor de motie-Albarda te stemmen.

In mijn antwoord i) ontried ik verdaging van behandeling ten opzichte der politievoorstellen zeer beslist. Wat de regentschapsraden betrof, verklaarde ik mede niet aanstonds te kunnen toegeven, dat de toelichting ter zake in de gewisselde bescheiden onvoldoende zou zijn om een duidelijk inzicht te verkrijgen in de samenstelling en de strekking der instelling. Waar het punt zelfstandig was voorgebracht en niet in verband met de verdere reorganisatie-denkbeelden, sprak het echter van zelf, dat het daarvan te geven beeld niet kon zijn wat het had kunnen wezen wanneer het onderwerp in het kader van de geheele hervorming te behandelen ware geweest. Naar ik meende, was niettemin in de zaak zeer weinig, wat inderdaad duister mocht heeten. Waar intusschen van verschillende zijden een sterke aandrang was uitgegaan tot intrekking van dezen post der suppletoire begrooting, verklaarde ik mij genoopt, aan dien wenk gevolg te geven en nam ik derhalve den post omtrent instelling van regentschapsraden voor het oogenblik terug.

Met dit besluit was de gedachtenwisseling van de baan gevoerd tot het tijdstip, waarop het in den juisten samenhang beschouwing zou kunnen vinden; een oplossing, die, mocht zij ook niet met de toenmalige bedoelingen der Indische Regeering hebben gestrookt, ontegenzeggelijk hare voordeelen had. Als gevolg ook van de propaganda, die van zekere zijden voor het instituut der regentschapsraden was gemaakt, had de algemeene belangstelling allengs zich inzonderheid op dat onderdeel van het bestuurs-

') Handelingen a. v., blz. 3029-3030.

Sluiten