Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKSRAAD NOPENS DE NADERE BESTUURSVOORSTELLEN

van de provincie en hare ingezetenen bij de Kroon, de Staten-Generaal, den Gouverneur-Generaal en den Volksraad voorstaan. De Raad zou de verordeningen maken, die hij voor het provinciaal belang noodig achtte. Hij zou o. m. alles regelen, wat de geldmiddelen der provincie aanging; de jaarlijksche begrooting der provinciale inkomsten en uitgaven vaststellen; belastingen heffen tot dekking van de uitgaven; de bezoldigingen bepalen der provinciale ambtenaren, voor zoover dit recht niet aan andere autoriteiten zou zijn voorbehouden of overgedragen; eigendom der provincie koopen, ruilen of vervreemden; oordeelen en beslissen of de provincie rechtsgedingen zou voeren of dadingen zou aangaan.

De dagelij ksche leiding en uitvoering van zaken betreffende de aan den Provincialen Raad overgelaten gewestelijke belangen zouden zijn opgedragen aan het College van Gedeputeerden, dat o. m. tevens met de uitvoering der verordeningen en besluiten van den Provincialen Raad belast zou zijn, de provincie in en buiten rechten zou vertegenwoordigen en de provinciale ambtenaren en bedienden zou ontslaan en benoemen, voor zoover deze laatste bevoegdheid niet bij den Provincialen Raad of bij andere autoriteiten zou berusten.

Het College van Gedeputeerden zou verder toezicht houden op de besturen der stadsgemeenten en op die der andere in het gewest ingestelde zelfstandige rechtsgemeenschappen van den onderwerpelijken aard.

Waar in eenige provincie voor het oogenblik nog geen College van Gedeputeerden aangewezen mocht kunnen worden, zou voorshands de Gouverneur alleen de functiën van dat college uitoefenen.

Naast de voormelde autonome bevoegdheden zou op den Provincialen Raad de taak rusten om, wanneer de algemeene verordeningen het vorderden, zijne medewerking te verleenen tot uitvoering daarvan. Die uitvoering van hetgeen aldus als medebestuur aan den Raad zou zijn opgedragen zou eveneens geschieden door het College van Gedeputeerden, c. q. door den Gouverneur, voor zoover niet de algemeene verordening bepaaldelijk de medewerking verlangde van den Provincialen Raad. Een en ander, indien het daarbij betrof onderdeelen van de Staatstaak, niet van de „gewestelijke huishouding", onder het oppertoezicht der Regeering.

Sluiten