Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKSRAAD NOPENS DE NADERE BESTUURSVOORSTELLEN

lijke, zouden weggenomen moeten worden. Ook het afzonderlijk bestuur door hoofden van Vreemde Oosterlingen zou in verband met de opheffing der wijken voor ingezetenen van Chineeschen of Arabischen landaard moeten verdwijnen. Mede werd de vraag geopperd, of niet het instituut der stadsgemeenten feitelijk zich zou moeten beperken tot de enkele groote hoofdplaatsen, die inderdaad de noodige eigen kracht bezitten voor een vruchtbaar zelfstandig bestaan, terwijl de besturen der kleinere stadsgemeenten op Java konden worden opgelost in die der regentschappen.

In de Memorie werd o. a. nog opgemerkt, dat het tot dusver ontbrak aan een voorziening voor het geval, dat het gemeentebestuur niet of niet behoorlijk zorgde voor de uitvoering van algemeene verordeningen, voor zoover deze aan dat bestuur was opgedragen. De Gouverneur zou alsdan door den Landvoogd aangewezen moeten kunnen worden, om op kosten der gemeente in de uitvoering te voorzien.

Eene nieuwe regeling voor het toezicht op het beheer en de verantwoording der gemeentelijke geldmiddelen zou mede worden vereischt, waartoe de noodige voorzieningen werden aangegeven.

Tri de Memnrie van Tnelirhtinp werrl vprHpr nnwmprlft r

rechtsgemeenschappen, aan welke nog een zelfstandige plaats was meenschaPtoegedacht in het stelsel, staatsrechtelijk van verschillende betee- P kenis en van ongelijke orde waren. Deels zouden zij zijn volkshuishoudingen in den juisten of een daaraan nabijkomenden zin,

deels louter administratieve ressorten of belangenkringen. Dit laatste, waar een eigenlijke volkshuishouding of daaraan verwante instelling ontbrak en de practijk der bestuursvoering niettemin een in het algemeen kader passend orgaan vorderde.

Wat aanging Java en Madoera zou — behoudens afwijkingen in de op te leggen taak — met de stadsgemeenschappen uit een bestuursoogpunt op gelijke lijn staan het regentschap. Dit evenwel met het onderscheid, dat men hierbij te doen had met eene in de volkstraditie wortelende instelling, zij het ook dat in de meeste regentschappen het specifiek Inlandsch karakter in de ontwikkeling van hun economisch leven op den achtergrond was getreden. Van lagere orde zouden zijn de districten en onderdistricten, indien en voor zoover het te eeniger tijd nuttig werd geoordeeld,

ook aan die ressorten zekere bestuurszelfstandigheid te verleenen.

Sluiten