Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERLEG MET DEN INMIDDELS IN INDIË INGESTELDEN

In administratieven zin op den laagsten trap, zij het ook als autonoom Inlandsch orgaan met fundamenteele maatschappelijke beteekenis, stond op Java en Madoera de desa, waarnaast voor de toekomst wellicht zich denken liet een desabelangengemeenschap, uitgroeiende op den duur tot een economisch meer levenskrachtige Inlandsche instelling.

Waar de Volksraad over de schepping van regentschapsraden zijn oordeel reeds had uitgesproken l), meende de Indische Regeering dit punt thans buiten bespreking te mogen laten, evenals het vraagstuk der hervorming van het desabestuur, waaromtrent binnenkort een afzonderlijk ontwerp aanhangig zou worden gemaakt.

De plaats, welke voor Java en Madoera in het stelsel was toegedacht aan het regentschap, zou bij gemis van gelijksoortige organen van inheemsche herkomst in de gewesten daarbuiten voornamelijk aan door het Europeesch gezag in het leven te roepen administratieve instellingen moeten worden toegewezen. In hoofdzaak zou de keuze daarvoor zijn te vestigen op de afdeeling of de onderafdeeling. Tegenover de desa, in het bestuurssysteem der eerstgenoemde eilanden, zouden voorts daarbuiten als bestuursorganen van plaatselijken aard, in meer strikten zin van dit begrip, in aanmerking kunnen komen staatsrechtelijke eenheden als de „nagari" in West- en de „marga" in Zuid-Sumatra, als de „koeria" in Tapanoeli en dergelijke, zoo niet in sommige streken de eigenlijke dorpsgemeenschap. De landstreek Minahassa op Celebes, als geheel, was als afzonderlijke rechtsgemeenschap eenigszins te vergelijken met het regentschap op Java, hoewel een Inlandsch bestuurscentrum vooralsnog ontbrak. Verder zouden het district en als laagste eenheid de „negorij" daar mogelijk organen met bestuurszelfstandigheid in den hierbedoelden zin kunnen zijn.

Het groote verschil in toestanden sloot — naar in dit verband werd opgemerkt — de mogelijkheid van algemeene regelen voor de inrichting van die organen uit. In beginsel zou bij de uitwerking van dit punt, die zooveel mogelijk aan de instellingsordonnantie zou zijn over te laten, als richtsnoer zijn te nemen wat voor Java en Madoera met betrekking tot de regentschapsraden toepassing zou vinden en wel inzonderheid zou ook in de hierbedoelde bestuursraden het inheemsche element zeer beslist op den voorgrond moeten staan. Uit een staatkundig oogpunt zou voorts tegen

i) Zie blz. 66 vv. hiervoren.

Sluiten