Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKSRAAD NOPENS DE NADERE BESTUURSVOORSTELLEN

Tot den tweeden dienst zouden te rekenen zijn alle eigenlijke bureaubetrekkingen op de onder het Departement van Binnenlandsch Bestuur ressorteerende Inlandsche kantoren, benevens het personeel der Inlandsche schrijvers en hulpschrijvers op het gewestelijk bureau en de afdeelingskantoren en op de kantoren der nieuwe Assistent-Residenten.

Eenzelfde regeling, gegrond op de in elk ressort bestaande bestuursinrichting, zou zooveel mogelijk ook in de gewesten op de eilanden buiten Java en Madoera zijn toe te passen.

Tot de ambten, welke bij den algemeenen dienst ingesteld zouden moeten worden en daarbij te bereiken zouden zijn voor het personeel, dat niet beantwoordde aan de eischen van benoembaarheid tot de betrekkingen van gewestelijk secretaris, referendaris, adjunct-referendaris en commies-redacteur, zou mede moeten behooren dat van Afdeelingssecretaris op de bureau's der nieuwe Residenten. Door de instelling van dat, voor een goede werking van het afdeelingsbestuur van groot belang te achten,

ambt, aan hetwelk een gelijke plaats zou zijn toe te kennen als aan dat van hoofdcommies bij het gewestelijk bureau, zouden tevens de ambtelijke vooruitzichten bij den algemeenen dienst aanzienlijke verbetering ondergaan.

Voor de inrichting der regentschapskantoren werden mede enkele voorzieningen aanbevolen.

De bij ordonnantie ingestelde afzonderlijke rechtsgemeen- Provinciale schappen zouden beschikken over eigen geldmiddelen, ter bekos- |j°kgla^e~ tiging zoowel van de uitgaven voor het eigen huishouden als van middelen, die, welke zouden voortvloeien uit hetgeen hun in medebestuur werd opgedragen.

Die geldmiddelen zouden langs tweeërlei weg te verkrijgen zijn.

Vooreerst door — in beginsel op de wijze als bij toepassing van artikel 68a van het destijds vigeerend Regeeringsreglement geschiedde — een passend deel uit de middelen der hoogere rechtsgemeenschap daartoe af te zonderen als eigen middelen van het lagere orgaan. Voorts door eigen belastingheffing, welke bron van inkomsten evenwel buiten de stadsgemeenten aanvankelijk veelal niet van groote beteekenis zou zijn.

Bij de afzondering van geldmiddelen ten behoeve van rechtsgemeenschappen zou rekening moeten worden gehouden met in

Sluiten