Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERLEG MET DEN INMIDDELS IN INDIË INGESTELDEN

elke zich ontwikkelende maatschappij waar te nemen normale stijging van behoeften. Geheele of gedeeltelijke uitkeering van de opbrengst van een of meer landsbelastingen, al dan niet met aanvulling in den vorm eener vaste uitkeering, scheen voorshands de meest voor de hand liggende oplossing toe. Waar echter het vraagstuk der regeling van dit onderwerp destijds opnieuw een onderwerp van studie uitmaakte, kon te dien aanzien nog geen beslist standpunt worden ingenomen.

Maatregelen, samenhangend met de invoering, en geldelijke gevolgen.

Vervolgens trad de Memorie van Toelichting in eene beschouwing van de maatregelen van wetgevenden en administratieven aard, welke de invoering van eene zoo omvangrijke hervorming zou vereischen, waaronder ook de regeling van de ambtelijke bezoldigingen, omtrent welk punt enkele wijzigingen werden aangegeven.

Wat de geldelijke gevolgen van de hervorming betrof, werd vooropgesteld, dat deze vooralsnog bezwaarlijk anders dan op zeer globale wijze onder cijfers waren te brengen. Uitgaande van de gegevens in het in 1914 door mij uitgebracht Verslag, met inachtneming echter, ten aanzien der ambtelijke bezoldigingen als anderszins, van de inmiddels ingetreden stijging van den levensstandaard, werd niettemin in ronde cijfers een raming geleverd. Die raming kwam hierop neer, dat de Regeering, eiken schijn van een misleidende voorstelling van zaken willende ontgaan, in het vooruitzicht meende te moeten stellen, dat met de volledige toepassing der ontworpen bestuurshervorming en de verbetering van bezoldigingen, welke als gevolg van de gewijzigde tijdsomstandigheden noodzakelijk daarmede gepaard zou moeten gaan, gemoeid zou zijn, afgescheiden van de bekostiging van uitbreiding van kantoorgebouwen en andere voorzieningen van dien aard, eene toeneming der jaarlijksche uitgaven met vijf of zes millioen gulden. Waar de invoering van het stelsel niet anders dan geleidelijk zou kunnen plaats hebben, zou deze stijging van uitgaven eerst langzamerhand zich doen gevoelen.

Bij de beoordeeling van die cijfers diende voorts in het oog te worden gehouden, wat reeds in bovenbedoeld verslag was opgemerkt en in meerdere of mindere mate ook nu nog gelden zou, dat meer dan de helft ten voordeele zou strekken van de inrichting der bestuursbureau's, welke diensttak beslist in beteren staat

Sluiten