Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKSRAAD NOPENS DE NADERE BESTUURSVOORSTELLEN

gang nog niet door gewestelijke ressorten op den nieuwen voet waren vervangen.

Artikel 67c zou de beginselen geven voor het bestuur der afzonderlijke rechtsgemeenschappen in de provinciën, terwijl een nieuw artikel 68 — de plaats innemend van het bestaande artikel van dien naam, dat door de opneming der nieuwe artikelen 67a en 67b zou komen te vervallen — den band zou leggen tusschen de decentralisatiewetgeving van 1903 en de nieuwe regeling en daarmede tusschen de rechtsgemeenschappen van de nieuwe en die van de bestaande orde, voor zooveel deze laatste nog niet in organen van de eerste soort zouden zijn opgegaan of daarvoor plaats zouden hebben gemaakt.

De inhoud dezer nieuwe artikelen werd alsnog op verscheidene punten nader toegelicht. Ten slotte behelsde de onderhavige paragraaf der Memorie van Toelichting de noodige ophelderingen omtrent enkele andere in het wetsontwerp voorgestelde wijzigingen of aanvullingen van bestaande bepalingen van het Regeeringsreglement.

§ 3. BESCHOUWING DER VOORSTELLEN IN DEN VOLKSRAAD

Reeds het op 23 October 1920 vastgesteld Afdeelingsverslag van den Volksraad gaf duidelijk blijk van een weinig welwillende stemming bij verscheidene leden, ten aanzien van het aan het oordeel van dat — destijds nog uitsluitend adviseerend — lichaam onderworpen wetsontwerp. In het feit, dat het rapport van de Indische Herzieningscommissie nog niet was verschenen '), vonden die opposanten aanleiding tot een actie in den Volksraad, wiens leden ten deele in die Commissie zitting hadden gehad, om den Raad te bewegen het ontwerp niet in behandeling te nemen en bij het Opperbestuur aan te dringen op eene spoedige overweging van de voorstellen der Commissie. Een zoodanige actie vond geen ingang bij andere leden, die terecht opmerkten, dat het er verre van was, dat het ontwerp vertraging zou moeten brengen

!) Bedoelde Commissie werd door den Gouverneur-Generaal Van Limburg Stirum ingesteld te zijner voorlichting omtrent door hem aan het Opperbestuur in te dienen voorstellen nopens de wenschelijkheid eener herziening van de grondslagen der Staatsinrichting van Ned. Indië en de in dit verband vereischte wetswijzigingen. Niet tot voorlichting omtrent eene hervorming van het bestuurswezen aldaar, welk onderwerp een ander karakter droeg. Het rapport der Commissie was reeds op 30 Juni 1920 ingediend.

Sluiten