Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERLEG MET DEN INMIDDELS IN INDIË INGESTELDEN

in de behandeling van de voorstellen der Herzieningscommissie en dat het integendeel te betreuren ware geweest, wanneer al het voorbereidend werk van den Minister in vroegere ambtsbetrekkingen voor eene herziening van het Indisch bestuurswezen in concreten zin, voor onbepaalden tijd ter zijde zou zijn gelegd. De poging hiertoe was niettemin teekenend voor de stemming, die een bepaald deel der leden gedurende de gansche beraadslaging gekenmerkt heeft.

In de Memorie van Antwoord der Indische Regeering werden de over het algemeen oppervlakkige opmerkingen van de oppositie in den Volksraad rustig en zakelijk weerlegd. Wat aanging de indiening van het ontwerp los van de voorstellen der Herzieningscommissie, werd o.m. nog gewezen op het feit, dat, waar de Minister van Koloniën zijn ontwerp tot instelling van regentschapsraden had teruggenomen wegens den in de Tweede Kamer der Staten-Generaal uitgeoefenden aandrang om die zaak niet afgescheiden van de verdere bestuurshervorming voor te brengen, onverwijlde behandeling der onderhavige voorstellen gewenscht moest worden door ieder, die de instelling van regentschapsraden urgent achtte.

Met de openbare behandeling in den Volksraad van het wetsontwerp tot hervorming van het bestuursstelsel in NederlandschIndië werd een aanvang gemaakt in de vergadering van Woensdag 10 November. De besprekingen werden voortgezet op 11, 12, 18 en 19 November, om op den 20sten van die maand besloten te worden met aanneming — de facto: goedkeuring — van het ontwerp, zooals het in den Raad was geamendeerd, met 24 stemmen vóór en 5 stemmen tegen.

Dat in de meeste der op de genoemde dagen uitgesproken betoogen op menig punt werd blijk gegeven van begripsverwarring omtrent de wording en strekking der Regeeringsvoorstellen, ook waar stelselmatige obstructie niet aan het woord was, liet zich verklaren. Het vijfjarig tijdperk, dat de indiening mijner vroegere bestuursvoorstellen van die van het thans te overwegen wetsontwerp scheidde, had, onder den invloed van allerlei feiten en gebeurtenissen en van een stroom van rijpe en onrijpe schriftelijke en mondelinge oordeelvellingen over het onderwerp der Indische bestuursreorganisatie, een zoodanige hoeveelheid stof opgejaagd, dat het zelfs aan geheel ingewijden vaak moeite kostte om niet

Sluiten