Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP IN EN MET DE TWEEDE KAMER

§ 1. SCHRIFTELIJKE BEHANDELING

indiening der De Algemeene Beschouwingen in het Voorloopig Verslag der voorstellen. Tweede Kamer betreffende de begrootingsvoorstellen van Nederlandsch-Indië voor het dienstjaar 1921 maakten in den aanvang melding van het oordeel van sommige leden, dat het beleid, door den Minister in het eerste jaar van zijn bewind gevoerd, inderdaad, zooals zij hadden gevreesd, noch voortvarend, noch vooruitstrevend was geweest. Als bewijs voor de gegrondheid van dit — door andere leden geenszins als rechtmatig erkend — oordeel beriepen die leden, onder andere weinig doordachte argumenten, zich op het niet weder indienen van de voorstellen tot instelling van regentschapsraden, welke voorstellen, zooals hiervóór in het Zesde hoofdstuk is medegedeeld, door mij teruggenomen waren in afwachting van de voltooiing der algemeene wetsvoordracht tot reorganisatie van het bestuurswezen.

In mijne Memorie van Antwoord wees ik er op, hoe weinig blijkbaar de hierbedoelde leden zich rekenschap wisten te geven van den tijdsduur, die voor eene schriftelijke gedachten wisseling omtrent belangrijke aangelegenheden tusschen de Indische Regeering en den Minister werd vereischt. Als sprekend voorbeeld daarvan viel juist te noemen de gedachtenwisseling aangaande de hervorming van het Indisch bestuursstelsel, welke voorstellen, niettegenstaande de omstandigheden voor eene vlugge behandeling bij uitstek gunstig waren en zoowel hier te lande als in Indië het uiterste was verricht om de zaak ten spoedigste de verschillende stadia van voorbereiding te doen doorloopen, niet sneller dan in een tiental maanden tot de eindbewerking konden worden ge-

Sluiten