Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING IN EN MET DE TWEEDE KAMER

bracht. „Voor zooveel niet" — deed ik hierop volgen — „een nieuw optredend Minister van Koloniën reeds bij de aanvaarding van zijn ambt ontwerpen gereed of in een vergevorderden staat van voorbereiding vindt liggen, welke hij zonder ingrijpende wijziging tot de zijne kan maken, zal op wetgevend gebied het eerste jaar van zijn bewind, ondanks welke voortvarendheid ook, om de evenvermelde reden steeds niet meer dan een tijdperk van voorbereiding kunnen zijn".

Intusschen stelde ik in uitzicht, dat de voormelde volledige reorganisatievoorstellen binnen zeer korten tijd mijn departement zouden kunnen verlaten.

Bij Koninklijke Boodschap van 5 Maart 1921 werd het daartoe strekkend ontwerp van wet, dat inmiddels nog bij den Raad van State de vereischte overweging had gevonden, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingezonden.

De Memorie van Toelichting gaf, waar noodig in breederen Federalistisch vorm, hoofdzakelijk den inhoud weer van het aan den Volksraad °f "nitansch

J bestuursstelsel.

overgelegde stuk van dien naam. Zij vereischt hier dus geene afzonderlijke bespreking.

In het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer werd in de eerste plaats mededeeling gedaan van de bedenking van verscheidene leden, die met de indiening van het wetsontwerp zich niet konden vereenigen, omdat het naar hunne meening niet gaf wat op het oogenblik voor Indië noodig was, nl. een duidelijke en ondubbelzinnige aanwijzing, in welke richting de ontwikkeling van het bestuursstelsel in Indië zich zou bewegen. Zij hadden daarbij het oog op een keuze tusschen het federalistische en het unitarische stelsel en betoogden, dat het een eerste eisch was, dat welbewust voor een dezer hoofdrichtingen partij werd gekozen. Te meer gold voor hen dit bezwaar, omdat geen rekening was gehouden met het rapport der Indische Herzieningscommissie. Alvorens tot de voorgenomen reorganisatie van het bestuursstelsel over te gaan, moest de reorganisatie van het centrale bestuur, moest ook de totstandkoming van de Grondwetsherziening hebben plaats gevonden.

Verscheidene andere leden kwamen tegen die voorstelling van zaken op. Zij achtten het integendeel een gezonde opvatting van de staatkundige ontwikkeling van Indië, dat eerst voor een passenden onderbouw werd gezorgd, waarvan de volmaking bevor-

Indische Bestuurshervorming 7

Sluiten