Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

moest dit aan den Nederlandschen wetgever zijn overgelaten.

Dat inderdaad te veel aan regeling bij algemeene verordening zou worden overgelaten, bestreed ik in de Memorie van Antwoord.

De algemeene wetgever bleef luidens het laatste lid van artikel 61 der Grondwet bovendien steeds vrij, de regeling van eenig onderwerp aan zich te trekken, zoodra behoefte daaraan bleek te bestaan. Het lag trouwens geheel in de lijn van de bestaande wetgeving, om — tenzij het a priori vaststond, dat de regeling bepaaldelijk op zekere wijze zou moeten geschieden — te spreken van regeling bij algemeene verordening, waarbij het dan verder aan de practijk zou zijn overgelaten of die verordening zou zijn een wet, een Koninklijk besluit of eene ordonnantie.

Het betoog, dat het gewenscht zou zijn, over de uitvoeringsverordeningen den Volksraad te hooren, werd in het algemeen door mij onderschreven. Echter deelde ik de zienswijze niet, dat een verplichting van dien aard uitdrukkelijk in het wetsontwerp ware op te nemen. Een voorschrift van dien aard zou de Indische Regeering voor de noodzakelijkheid plaatsen, om ook voor allerlei punten van ondergeschikte beteekenis het advies af te wachten van den Volksraad, die bij de toenmalige regeling van dit lichaam niet meer dan enkele malen 's jaars vergaderde.

Nopens regelingen daarentegen van meer belangrijken aard zou de Volksraad, die in dat geval zoo noodig in buitengewone zitting samengeroepen kon worden, zeer zeker moeten worden gehoord. Betrof het, wat voor dergelijke voorzieningen meestal wel het geval zou zijn, daarbij maatregelen, aan welke geldelijke gevolgen verbonden waren, dan zou reeds luidens de bestaande bepalingen de Volksraad in de gelegenheid moeten worden gesteld, zijne inzichten uit te spreken.

Overdracht Verscheidene leden deden in het Verslag van hun gevoelen blijhedeneV°egd" ^en- dat de voorgestelde decentralisatie zou leiden tot beperking van de macht der Staten-Generaal en van den Volksraad. Immers in de Memorie van Toelichting was medegedeeld, dat de provincie in het nieuwe stelsel het orgaan zou zijn, waaraan een steeds grooter deel van de algemeene taak der Landsregeering zou worden opgedragen. Dit was te bedenkelijker, omdat deze overdracht ook zou plaats vinden voor de gouvernementen, waar geen bestuursraad maar ten hoogste een adviseerende raad zou zijn. Maar ook in

Sluiten