Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

van de Heeren Dresselhuys en De Muralt, om met hun inderdaad belangrijke amendementen eenige verbetering te brengen. Gaarne zou spreker met hen medewerken, ten einde te trachten daartoe te komen, maar ook daarna zou het wetsontwerp toch te vèr ten achter blijven bij hetgeen in dezen tijd voor Indië te bereiken was en bereikt moest worden, om op sprekers stem te kunnen rekenen.

Gerretson. De afgevaardigde van Christelijk-Historische zijde, Dr. Gerretson, kwam daarop aan het woord i).

Deze spreker leidde zijne beschouwingen in met de opmerking, dat de bezwaren tegen of de ingenomenheid met het wetsontwerp uit het Voorloopig Verslag reeds zeer duidelijk waren geworden. En het viel te betreuren — deed hij hierop volgen — dat de zakelijke betoogtrant van vóór- en tegenstanders van het ontwerp, zeker een der meest belangwekkende, die ooit het Parlement bereikten, sedert in sommige persartikelen en niet minder in betoogen buiten het Parlement was verlaten, zoodat de meer objectieve toeschouwer en toehoorder zich wel eens afvroeg of sommige der heftigste tegenstanders zich niet, door vrees of door wat ook bevangen, een caricatuur-ontwerp gingen voorstellen, waartegen zij dan te velde trokken, aldus hun eigen waanvoorstelling bestrijdend.

Er waren, helaas, in de Kamer slechts weinig leden, die het voorrecht hadden gehad, als de Heer De Muralt, die gedurende korten tijd in Indië had vertoefd, of als de voorzitter der Commissie van Rapporteurs, Dr. Scheurer, die geruimen tijd in Indië had doorgebracht, ter plaatse zelf zich op de hoogte te kunnen stellen. En nog minder leden waren er, die krachtens diepgaande studiën of ambtelijken arbeid voor Indië zich tot oordeelen bevoegd mochten achten en zich dermate in de Indische politiek hadden kunnen inwerken, dat zij zich in dit wetsontwerp thuis gevoelden. Zoo moest schier ieder zijn kennis putten uit lectuur of gesprek en deed zich ook bij de beoordeeling van het onderhavige wetsontwerp het gewone verschijnsel voor, dat tegenover een groep „specialisten", die „hoog van den toren alarm (bliezen)", om met „De Nederlander" te spreken, welk blad zelfs van „loos alarm" gewaagde, een andere groep stond van niet minder vooraanstaande mannen, niet minder als Indische specialiteiten algemeen erkende figuren, die

!) Handelingen a. v., blz. 45-47.

Sluiten