Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

vraag op, door een der sprekers reeds naar voren gebracht, of dat oude ontwerp in dit nieuwe kleed blijk gaf, dat de Regeering gevoeld had voor hetgeen de laatste jaren zich op politiek terrein in Indië had afgespeeld.

De voornaamste beteekenis van het wetsontwerp lag niet zoozeer in dat stuk zelf, als in de plaats, die in den gedachtengang van den Minister de instelling van „provinciën" moest innemen in het geheel der hervorming van de Staatsinrichting van NederlandschIndië. Deze hervorming had een tweeledig doel: ten eerste het scheppen van organen voor decentralisatie van het centraal bestuur, zelfbestuur; ten tweede, het scheppen van organen van autonomie. Eén hervorming dus „van boven af" en één „van onderop", die elkaar ontmoetten, aanvulden en versterkten en die beide zouden werken in gezonde democratische richting.

De administratieve decentralisatie was tot dusver nimmer geslaagd om twee redenen. Vooreerst om den natuurlijken tegenzin van de centrale bureaucratie tot afgifte van haar macht aan lagere locale bestuursorganen en ten tweede, doordat de geschapen organen niet sterk genoeg waren uitgerust om een werkelijk belangrijk aandeel in de centrale bestuurstaak op de schouders te nemen.

De ontwikkeling in de richting van automonie dreigde op dezelfde klip: het centralisme, te stranden. In de eerste plaats omdat, gelijk men ook in Britsch-Indië had ingezien, het centrale gouvernement niet de aangewezen plaats is om een eerste proef te nemen met een verantwoordelijk gouvernement, terwijl een oefening in zelfregeering nimmer compleet kan worden genoemd tenzij het vertegenwoordigend lichaam door het aftreden der Regeering en de daaruit volgende verplichting der parlementaire meerderheid om de Regeering over te nemen ook werkelijk verantwoordelijk kon worden gesteld voor zijne oppositie.

Waar het thans, bij de geringe politieke ontwikkeling van Indië, alsnog hoogst onzeker moest worden geacht of dit laatste daar het geval zou kunnen wezen, was hierdoor de natuurlijke ontwikkeling der Volksvertegenwoordiging belemmerd, daar Nederland nimmer de verantwoordelijkheid op zich zou kunnen nemen, de kracht en de homogeniteit van het centraal bestuur, aan welke de toekomstige eenheid van Indië ten nauwste verbonden was, in de waagschaal te stellen ter wille van een dergelijke proefneming met het parlementaire stelsel.

Sluiten